Klootschieten

De kloot wordt onderhands geworpen, de arm maakt een zwaai van 180 graden, dus van recht achteruit naar recht vooruit. Er is ook nog een worp, de slingerworp genaamd, waarbij de arm een draai van 540 graden maakt, maar deze worp is bij de KFIJ niet toegestaan, omdat hierbij de kloot erg onnauwkeurig geworpen wordt, hierdoor is de kans op ongelukken te groot. De worp geschiedt bij voorkeur vanuit een aanloop.

De teams.
De teams bestaan in de regel uit 3-5 personen. Er wordt altijd met 2 teams tegelijk geschoten, waarbij de beide teams fungeren als elkaars jury.

Het doel.
Het is de bedoeling om te trachten de afstand in zo min mogelijk worpen af te leggen.
Wanneer een kloot de finish passeert, dan worden het aantal meters geteld die verder dan de finish gegooit worden.

De kleding
Het is aan te raden om makkelijk zittende sportive kleding aan te trekken, dus niet een lange jas, dit belemmerdt u bij het schieten van de kloot. Het is verstandig om sportschoenen of wandelschoenen te dragen.

De spelregels.
De teamleden werpen om beurten. Door hard en zuiver te gooien moetgetracht worden de kloot zo ver mogelijk over het parcours te laten rollen. Vanaf de plaats waar de kloot stil blijft liggen, gooit het volgende teamlid. De werper mag een aanloop nemen, maar op de plaats waar de kloot stil is blijven liggen, moet de werper de kloot schieten. Als de kloot in de berm of in de sloot is gerold, wordt de plaats bepaald haaks op de lengterichting van het parcours. Bochten en kruisingen mogen afgesneden worden, met dien verstande, dat de kloot voorbij de as van de weg (van bestemming) moet rollen. Wanneer een kloot tijdens het schieten, een tegenstander of spullen hiervan raakt, mag er opnieuw gegooid worden. Als teams aan het einde van het parcours, met hetzelfde aantal worpen eindigen, tellen de meters die over de finishstreep zijn gegooid. Er wordt met twee teams tegelijk van start gegaan. Deze beide teams blijven bij elkaar, omdat steeds het team, waarvan de kloot achter ligt als eerste moet gooien. Hierdoor ontstaat vanzelf een wedstrijd. Ieder team heeft een leider, deze leider noteert het aantal worpen. De worpen van zowel het eigen team als die van de tegenstander worden door de leiders genoteerd. Onderweg vergelijken de leiders de standen met elkaar, zo vaak als zij dat nodig achten.

Om ongelukken te voorkomen moeten alle spelers steeds goed opletten, diegene die wil gooien, waarschuwt de anderen met een roep, bijvoorbeeld, PAS OP, of DAAR KOMT-IE.
Vanzelfsprekend kijkt iedereen goed uit voor het verkeer.